Concurrentiebeding met looptijd van twee jaar houdt stand bij kantonrechter

maandag, 29 januari 2018 - 21:47 uur

Er wordt wel eens laconiek gedaan over een concurrentiebeding. Zo van: bij de rechter houdt dat toch geen stand. Ook zijn er die beweren dat een concurrentiebeding niet langer dan een jaar na afloop van de arbeidsovereenkomst geldt. De onjuistheid van beide gedachten blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Noord-Holland.

Schorsing of opheffing concurrentiebeding

Werknemer, een makelaar, vordert in kort geding opheffing of schorsing van een concurrentiebeding. Het betreffende concurrentiebeding geldt tot twee jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst en binnen een straal van 15 kilometer van de vestigingsplaats van werkgever. Eiser trad in 2008 bij zijn werkgever, een groot makelaarskantoor, in dienst. In de loop van de tijd werkte hij zich op tot Register Makelaar / Taxateur. Per 1 februari 2018 zegde hij zijn arbeidsovereenkomst op omdat hij in dienst wilde treden bij een ander makelaarskantoor.

Concurrentiebeding gaat zwaarder drukken

Welke argumenten brengt werknemer naar voren? In de eerste plaats stelt hij dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken toen hij Register Makelaar / Taxateur werd. Op dat moment, zo meent hij, had het concurrentiebeding opnieuw moeten worden overeengekomen.

Onbillijk benadeeld door concurrentiebeding

In de tweede plaats stelt de makelaar dat hij door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld. Daarbij wijst hij erop dat het vak van makelaar sinds 2001 een vrij beroep is. Ook meldt hij dat zijn werkgever hem niet de mogelijkheden biedt van winstdeling en het krijgen van aandelen in het makelaarskantoor. Zijn nieuwe werkgever biedt die mogelijkheden wel.

Verweer werkgever

Werkgever voert aan dat werknemer uit eigen beweging opstapt. Verder zijn er voor werknemer buiten een straal van 15 kilometer voldoende mogelijkheden om elders aan het werk te gaan.

Concurrentiebeding ging niet zwaarder drukken

Het argument dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken gaat er bij de kantonrechter niet in. Zij wijst er op dat bij indiensttreding helder was dat werknemer zich zou gaan ontwikkelen tot Register Makelaar / Taxateur. Om die reden begon werknemer al vrij snel na zijn indiensttreding met de opleiding tot makelaar.

Geen bewijs winstdeling en aandelen bij nieuwe werkgever

Ook het tweede argument overtuigt de kantonrechter niet. Zij overweegt dat werknemer vrijwel geen bewijs aanvoert voor de stelling dat hij bij zijn nieuwe werkgever meedeelt in de winst en aandelen in het makelaarskantoor krijgt. Bovendien verdient hij bij zijn huidige werkgever een goed salaris en kreeg hij in augustus 2017 een loonsverhoging van € 200,00 en in januari 2018 nog eens een loonsverhoging van € 150,00. Ook biedt zijn huidige werkgever de mogelijkheid van een  winstdeling. Verder is werknemer pas in maart 2017 beëdigd tot makelaar. Het is daarom voorbarig van hem om te denken dat werkgever in de toekomst niet tegemoet wil komen aan zijn wensen. Hij is immers een gewaardeerde medewerker die een vertrouwenspositie binnen het kantoor heeft.

Moordende concurrentie

Verder overweegt de kantonrechter dat werknemer specifieke kennis heeft van de markt in de regio, de concurrentie in de makelaardij ‘moordend’ is en werknemer wil gaan werken voor een makelaarskantoor dat dicht bij dat van zijn huidige werkgever is gevestigd. Werkgever heeft daarmee belang bij instandhouding van het concurrentiebeding.

Voldoende mogelijkheden

Vanwege de in het concurrentiebeding genoemde afstand van 15 kilometer oordeelt de kantonrechter dat werknemer voldoende mogelijkheden overhoudt om elders werk te vinden. Het belang van werkgever bij instandhouding van het concurrentiebeding hoeft daarom niet te wijken voor dat van werknemer.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter wijst de vorderingen van werknemer af en veroordeelt hem in de proceskosten.

De les

Dit vonnis leert dat een concurrentiebeding maatwerk is. Wat werkgever hielp, is dat het concurrentiebeding een straal van (slechts) 15 kilometer vermeldt waarbinnen het geldt. Hiermee voorkwam werkgever dat het belang van werknemer zwaarder weegt dan dat van werkgever. Het is heel goed mogelijk dat de belangenafweging anders zou zijn uitgevallen als het concurrentiebeding een afstand van bijvoorbeeld 50 kilometer zou hebben vermeld. Het zou voor werknemer dan immers veel moeilijker zijn geweest om elders werk te vinden?

Slot

Bent u werkgever of werknemer en heeft u vragen over een concurrentiebeding? Neem dan contact op en bel naar 06 – 338 24 563. Of stuur een e-mail naar info@groenenboomadvocaat.nl. Wij helpen u graag!

 

Auteur: mr. drs. Harry Groenenboom

Geplaatst in: arbeidsrecht, concurrentiebeding, non-concurrentiebeding
Tags: , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *